Een van de meest markante huizen op de Molenkade is het Witte Huis, op nummer 29. Het werd gebouwd in 1920-1921 en was een van de eerste huizen op de kade. Omdat het zo’n markant huis is, is er over de geschiedenis al veel geschreven en het meeste wil ik daarvan hier niet herhalen. Aan het eind van dit artikel komt dan ook een link naar een verhaal uit 2017. Ik ben wat verder gaan zoeken naar verhalen over het Witte Huis (en de buren) en daar zijn wat leuke en interessante dingen uit voortgekomen. Daar wil ik in dit artikel aandacht aan schenken.
Het sanitair
Zoals gezegd is het huis gebouwd in 1920. Omdat het een van de eerste huizen aan de kade was, was er nog geen waterleiding. De watervoorziening kwam van een zogenaamde Nortonpomp. Het was een uitvinding die het slaan van een diepe put overbodig maakte. In plaats daarvan werd een lange ijzeren buis van 5 cm doorsnee de grond ingeslagen. Van onder was de buis afgesloten met een stalen punt en het onderste stuk van de buis was over een lengte van ongeveer 50 cm geperforeerd waardoor het grondwater binnen kon dringen. Aan het boveneind van de buis werd een zwengelpomp aangesloten waarmee het water opgepompt werd.
In die tijd was er echter ook geen riool. In de aanvraag voor de bouwvergunning werd dan ook vermeld dat het huishoudwater geloosd zou worden naar de sloot, en de ‘faecaliën’ (zeg maar de toiletinhoud), naar een beerput van 3 m3. Het is nu nauwelijks voor te stellen dat dit de gang van zaken was voor een grote en ‘deftige’ stadsvilla.

De Buren
Rechts naast het huis ligt een braakliggend perceel. Velen in het dorp (en daarbuiten) zullen ervan op de hoogte zijn: dit terrein is in 2013 gekocht door de toenmalige schoonzoon van de Russische president. In december 2021 is door de gemeente een vergunning afgegeven voor het bouwen van zes pakhuizen. Vanwege de oorlog in Oekraïne en mogelijke sanctieontwijking is geprobeerd om de vergunning in te trekken, maar dat is juridisch lastig. Wel is vorig jaar door de rechter beslist dat de toekenning van de vergunning niet goed onderbouwd was. Hiertegen loopt op zijn beurt weer een beroepsprocedure. Wat bij dit alles opvalt is dat er (nog) geen overleg is geweest tussen de gemeente en de buurtbewoners over wat een wenselijke ontwikkeling is voor het perceel.
Vóór 2013 lag dit stukje land al geruime tijd braak; wellicht al 40 jaar. Toch is het terrein ooit wel degelijk bewoond geweest. Op een foto uit 1934 kun je er een huisje zien staan, dat er rond 1950 nog steeds stond.

Uit 1960 stammen er bouwtekeningen van de gemeente Ouder-Amstel die er op lijken te wijzen dat er rond die tijd nieuwe huisjes gebouwd worden. Op (lucht)foto’s is te concluderen dat de huisjes er in 1970 nog stonden, maar in 1972 niet meer. Truus Schelling, de dochter van de brandstoffenhandelaar op Molenkade 7A (zie ook een eerder verschenen artikel) herinnerde zich nog dat haar oom hier woonde, met tante Miep. Er lag veel grond achter het huisje en je kon er fijn spelen. In het huisje rook het in die tijd vanwege de slechte ventilatie altijd naar kolen en olie. In een van de huisjes heeft ook de familie Splinter gewoond.



De Necob
De eigenaar van het Witte huis tussen 1941 en 1986, de heer Bouwman, was industrieel en heeft in 1954 de aanzet gegeven voor de (verdere) industrialisatie van de Molenkade en omgeving. Hij was tevens eigenaar van het ontsmettingsbedrijf Necob, gevestigd achter de Molenkade. In de jaren -40 en -50 van de vorige eeuw heeft hij veel (landelijk) geadverteerd.



Het bord op de afbeelding hierboven markeert een pad dat naar het bedrijfspand van de Necob leidt. Op de eerder getoonde luchtfoto is het pad vaag te zien. Op de luchtfoto is ook een schoorsteen te zien. Deze heeft mogelijk te maken met de installaties voor het ontsmettingsprocedé, en stamt uit de tijd dat de machines kolengestookt waren. Toen Nederland in de jaren-60 overging op gas waren de schoorstenen niet meer nodig. De schoorsteen is tussen 1972 en 1977 afgebroken.
Tot zeker 1943 is er ook een ander ontsmettingsbedrijf gevestigd op de Molenkade. Op nummer 21 zat de Motex; ze noemden zich ‘ontmottingsbedrijf’. Zij hadden ook een opslag aan de andere kant van Duivendrecht, bij de voormalige kruising tussen de Rijksstraatweg en de Diemerlaan. Waarschijnlijk is dit bedrijf in de jaren-40 verhuisd naar Abcoude, waar het tot 1974 gevestigd was aan de Amsterdamsestraatweg. Over het wel en wee van deze bedrijven heb ik echter verder niet veel kunnen vinden en aanvullingen zijn dan ook van harte welkom.

De ontsmetting (van o.a. meubelen en textiel) vond plaats met bijvoorbeeld blauwzuurgas, ook wel waterstofcyanide genoemd. Dit gas wordt (nog steeds) gebruikt in de ongediertebestrijding, maar uitsluitend door daarin gespecialiseerde bedrijven die hiervoor de benodigde vergunningen en deskundigheid in huis hebben. In het verleden werd cyanide vaak gebruikt, wat aanzienlijke risico’s met zich meebracht. De dichter Dan Andersson, bijvoorbeeld, overleed in 1920 in Stockholm aan cyanidevergiftiging nadat zijn hotel waterstofcyanide had toegepast om bedwantsen in zijn kamer te bestrijden zonder daarna voldoende te ventileren. Necob en Motex konden ook ‘eulaniseren’, naar de naam van het insecticide Eulan, uitgevonden door het Duitse IG Farben. Hiermee konden bijvoorbeeld meubels en kleren geïmpregneerd worden.
Het bedrijf de Necob had belangrijke klanten. Zo meldt het Rijksmuseum in 1989 dat een zaalwacht ‘beweging’ had gezien in een Japans houten beeld, dat een van de discipelen van de Boeddha voorstelt (14de eeuw, MAK 117). Naar bleek zaten er houtwormen in het beeld. Gelukkig was men er snel bij, zodat een adequate behandeling toegepast kon worden. Bij de Necob te Duivendrecht werden de wormen met methylbromide vergast. De schade werd tot een bijna onzichtbaar minimum beperkt. En bij veilinghuis Peerdeman werd in 2021 een donkergebeitst esdoorngefineerd halvemaantafeltje met gezwarte accenten, Louis Seize-stijl, geveild, met ‘gebruikssporen en oude houtwormgaatjes’. Het meubel was aan de onderkant gestempeld ‘Necob Duivendrecht’, die de ongediertebestrijding blijkbaar onder handen genomen had.
Het huis zelf…
Zoals gezegd, het Witte Huis is een markant pand op de Molenkade en is daarom al eerder uitgebreid besproken. Zie voor het complete verhaal deze link, en lees over de continue renovaties die nodig waren, de siertuin aan de achterkant, de flamboyante mevrouw Bouwman en over de bewoners door de jaren heen.
Bas Smeulders
Bronnen:
Foto uit 1972: Stadsarchief Amsterdam, J.M. Arsath Ro’is
Luchtfoto en foto uit 1934: Stadsarchief Amsterdam, Dienst der Publieke Werken, afd. Stadsontwikkeling
Bouwtekeningen gemeente Ouder-Amstel: Museum Ouderkerk
Rijksmuseum, verslag van de directie over het jaar 1989
Veilinghuis Peerdeman Utrecht, veilingdatum 19-09-2021

Mijn bedrijf huurde het pand (later gekocht) achter het Witte Huis van 1970 t/m 1986. De huurovereenkomst deed ik met mevrouw Bouwman, haar man was al jaren daarvoor overleden.
Zij was zeer zakelijk en leefde alleen in het huis. Het pand naast haar op de Molenkade was toen al weg. In welk jaar de loodsen van Necob zijn afgebroken weet ik niet meer. Bij het begin van de Industrieweg aan de rechterzijde, zat ook nog enige jaren een assemblage bedrijf die bromfietsen van het merk HMW (het motorisch wonder) in elkaar zette. Daar tegenover woonde
een mijnheer Gillebaard?,een norse man. Ik geloof een compagnon van mijnheer Bouwman, in ieder geval ivm de grond. Tegenover de Industrieweg werd door Rijkswaterstaat een zanddijk opgebracht ivm de aanleg van de Ringweg. Op die dijk stonden daarna ook de keten van RWS. Tijdens de aanleg van de huidige Ringweg was men ook al bezig met de tekeningen voor de aanleg van de tweede ringweg. Die is er tot heden nog niet gekomen.
Wat een geweldig interessant artikel weer, Bas. Je weet veel boven water te krijgen, zoals die meesterlijke reclame van Motex. Wat een levens liggen er toch verborgen achter de huidige situatie in ons dorp.
Geweldig, Bas. Die Molenkade is toch een bijzonder stuk Duivendrecht! Veel zaken die we nog niet wisten over het Witte Huis. Alle aanleiding om de informatie op de monumentenwebsite van Ouder-Amstel weer aan te vullen. Dankjewel.
Interessant om te lezen hoe Duivendrecht vroeger ‘ondernemend’ was. Ik leerde op school veel over het verschil tussen ‘rijkdom en armoede’ maar hoe mensen ‘geld verdienden en waarin ze investeerden’ is ook interessant. Bedankt voor deze aanvulling over bestrijding van ongedierte, de afwezigheid van riolering en het belang van vergunningen.
Reacties zijn gesloten.