Ga naar de inhoud

De Molenkade – De AGA fabriek

Van 1918 tot 1969 was aan de Molenkade het bedrijf AGA gevestigd. Het fungeerde als een dependance van de vestiging aan de Distelweg in Amsterdam-Noord, dat een jaar eerder zijn deuren opende. Het stond ongeveer op de plek waar nu Ouke Baas is gevestigd.

Het bedrijf AGA

AGA was van oorsprong een Zweeds bedrijf. Het werd in 1904 opgericht door Gustaf Dalén. AGA staat voor Aktiebolaget (firma/vennootschap in het Zweeds) Gas-Accumulator (gasflessen). AGA is groot geworden door het gas acetyleen, dat o.a. gebruikt wordt voor het lassen. 

In 1912 werd Dalén blind door een ontploffing. Terwijl hij herstelde van zijn verwondingen, merkte hij hoe omslachtig zijn vrouw het eten bereidde. Dit bracht hem op het idee om een fornuis te ontwikkelen dat sinds het einde van de jaren dertig internationaal verkocht werd, het vermaarde AGA-fornuis. De Zweedse multinational produceerde uiteindelijk naast fornuizen ook gaslampen voor vuurtorens, signaalsystemen en binnenverlichting voor treinen en trams, straat- en vliegveldverlichting, zendsystemen voor de zeevaart, meetapparaten, radiatoren, radio’s, televisies en zelfs auto’s. 

Sinds 2000 maakt AGA deel uit van de Linde Group en richt het zich onder de bedrijfsnaam AGA Gas AB vooral nog op industrieel gas voor toepassing in de medische, koeltechnische en voedingsmiddelenindustrie. 

Uitvindingen en de Nobelprijs

AGA is belangrijk geweest voor de scheepvaart. Verlichte boeien en vuurtorens kunnen helpen bij nachtelijke navigatie, maar een continu brandend licht kan aangezien worden voor navigatielichten van schepen. Gustaf Dalén vond een klep uit die kon worden afgesteld om pulsen van acetyleen naar de lamp te sturen. Een waakvlam, die continu brandde, stak deze pulsen aan. Het patroon van de lichtflitsen (ook wel het karakteristiek van het licht genoemd) kan worden ingesteld met stelschroeven. De uitvinding van dit systeem leverde Dalén in 1912 de Nobelprijs voor de Natuurkunde op. Er ging echter gas verloren doordat de verlichting ook overdag aan stond. Vervolgens ontwikkelde Dalén het zonneventiel, dat ervoor zorgt dat de flitsen overdag uitgeschakeld worden. 

Het ongeluk waarbij Dalén blind werd was de tragische aanleiding voor een andere mooie uitvinding. Het ongeluk kwam, hoe kan het eigenlijk anders, door een explosie van acetyleengas. Bij alle toepassingen moest het acetyleengas onder hoge druk in gasflessen worden getransporteerd en opgeslagen. Maar onder hoge druk is acetyleen instabiel en explosiegevaarlijk. Dalén vond dat als hij het acetyleengas oploste in aceton, dat op zijn beurt weer fijn verdeeld zat in een poreuze massa waarmee de cylinder was gevuld (bijvoorbeeld asbest of koolstof), het gas niet langer explosief was. Het acetyleengas in gasflessen wordt daarom ook wel aangeduid als ‘dissousgas’, van het Franse woord voor ‘opgelost’.

Ongeluk bij Gouda. Als het acetyleengas gewoon als gas in de cylinders was opgeslagen, dus niet opgelost in aceton in een poreuze massa, waren de gevolgen niet te overzien geweest… 

Nog een beetje chemie…

Maar hoe wordt acetyleengas eigenlijk gemaakt? Tot de jaren ’30 van de 20e eeuw werd het verkregen uit carbid, of calciumcarbide. Het gas ontstaat namelijk door carbid en water samen te brengen. Carbid op zijn beurt wordt weer verkregen wanneer men ongebluste kalk en koolstof verhit tot 2000 oC. 

Iedereen heeft waarschijnlijk wel eens gehoord van carbid. Nog steeds wordt het in sommige delen van Nederland gebruikt bij het carbidschieten, waarmee het nieuwe jaar ingeluid wordt. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd carbid veel gebruikt in de carbidlamp, onder andere om voertuigen zoals auto’s en fietsen van verlichting te voorzien. In een carbidlamp zit een waterreservoir waaruit, na een nauwkeurige en lastige afstelling, water op het carbid druppelt en het acetyleengas ontstaat. Het gas verbrandt vervolgens met een vlam die een helderwit licht geeft. De carbidlamp is na 1945 vrijwel geheel verdrongen door elektrische verlichting.

AGA in Duivendrecht

Nederland was voor AGA aantrekkelijk vanwege o.a. de scheepsbouw. Dit in verband met het vele laswerk dat daar plaatsvond. Acetyleengas geeft, wanneer het gemengd wordt met pure zuurstof een extreem hete vlam, wat uitermate geschikt is voor het lasproces. Maar het gas werd ook gebruikt voor spoorwegsignalen, vaarwaterverlichting en gewone verlichting. In 1917 vestigde AGA zich in Amsterdam en in 1918 werd een moderne fabriek in Duivendrecht gebouwd. Hier werd acetyleen gemaakt uit carbid en in gemakkelijk te transporteren cylinders opgeslagen. Ten behoeve van het lasprocedé werden er ook cylinders met zuurstof gevuld en geleverd aan de klanten. 

De vulhal van de AGA vestiging in Alblasserdam. In oktober 1955 werd deze fabriek verwoest door een explosie. De foto geeft een idee van hoe ook bij de AGA in Duivendrecht de flessen werden gevuld.
Een vrachtwagen rijdt het AGA terrein op. Op de achtergrond is nog net het middengedeelte van scholencomplex Zuivelplein in Betondorp aan het Onderlangs te zien. Nu wordt het zicht daarop geblokkeerd door de A10.

Werken bij AGA

De AGA heeft voor vele Duivendrechters voor ‘brood op de plank’ gezorgd. Veel verhalen zijn echter niet overgeleverd van mensen die er gewerkt hebben. Toch kunnen we iets van het bedrijf reconstrueren aan de hand van artikelen en advertenties in dagbladen.

In De Waarheid van 5 juli 1944 lezen we dat ondanks de ‘onmenselijk’ lange werktijden van 6 uur ’s ochtends tot 9 uur ’s avonds er geen warm eten werd verstrekt. Na twee jaar aandringen op de warme maaltijd besloten de werknemers te stoppen met overwerken. De bedrijfsleider, de heer Dekker, besloot uiteindelijk toch maar overstag te gaan, al probeerde hij eerst nog flink te bezuinigen op de hoeveelheden, met de mededeling dat wie er geen genoegen mee nam, in het vervolg helemaal niets meer zou krijgen. Ook werd er in de krant gesuggereerd dat hij wat er aan eten overbleef, te eten gaf aan het vee van zijn vader. Ook andere ‘slaventoestanden’ bij het bedrijf werden hem in de schoenen geschoven.

De heer Dekker krijgt het er in De Waarheid dus behoorlijk van langs! Toch zullen vele Duivendrechters hem ook op een meer positieve manier herinneren. In de oorlog namelijk, haalde ‘heel Duivendrecht’ carbid bij hem (dit was immers de grondstof voor het acetyleengas). Dit carbid werd dan gebruikt in de lampen bij de mensen thuis. In de oorlog overigens, op last van de bezetter, in strikt verduisterde kamers.

Ook in De Waarheid, maar dan op 29 augustus 1962 lezen we het volgende: STAKING BIJ AGA. De arbeiders (40), werkzaam op het gasvulstation van de AGA, de NV Ned. Gas Accumulator Mij te Duivendrecht, hebben maandag gedurende een deel van de dag het werk neergelegd uit protest tegen het nieuwe tarief, dat de directie wilde invoeren. ’s Middags hebben zij het werk hervat. 

Bij de AGA schijnt in de jaren ’60 een ongeluk te zijn gebeurd. Een krantenartikel is niet gevonden, maar wel gaan er verhalen rond dat er mensen in brand stonden, die vervolgens de Weespertrekvaart in zijn gegooid (of gesprongen). 

De AGA fabriek aan de Molenkade en de Weespertrekvaart.

Een ongeluk dat in ieder geval wél is gebeurd staat beschreven in de Amstelgids van 14 juli 1965. Een arbeider werd bij het vullen van een zuurstofcylinder geraakt door een steekvlam en werd met ernstige verwondingen opgenomen in het OLV Gasthuis. De brand zelf kon met eigen middelen worden bedwongen. 

Advertenties

De AGA adverteerde regelmatig. In de late jaren ’50 werden advertenties geplaatst voor een bankwerker, voor onderhoud van fabrieksinstallatie, machines en vrachtauto’s, maar ook voor een vrouwelijke (!) kantoorbediende. In 1961 echter gevolgd door een advertentie voor een jongeman (20-23 jaar) voor een kantoorfunctie. 

De meeste advertenties komen echter daarna. In de jaren 1962-1967 wordt er zeer regelmatig geadverteerd, voor onder andere de volgende functies: chauffeur (‘voor zwaar werk’), jeugdige bijrijders (‘militaire dienstplicht vervuld hebbende’), fabriekspersoneel (‘voor diverse taken’), fabrieksarbeider (‘in staat zelfstandig te werken’), arbeidskrachten (‘ook ongeschoolden’), terreinknecht (‘vakkennis niet vereist’), medewerkers voor de fabriek en het terrein (‘ook ongeschoolden’), chauffeurs voor zwaar werk (‘ervaring met dieselauto’s’), onderhoudsschilder (‘ook genegen andere werkzaamheden te verrichten’), magazijnbediende (‘ook genegen andere werkzaamheden te verrichten’), en een zuurstof- en gascylindervuller. 

Advertentie in het Parool van 8 augustus 1963.

Wat had AGA je te bieden in 1961? Het volgende wordt genoemd in de advertenties. Een behoorlijk salaris, 5-daagse werkweek, gratificatie en 4% vakantietoeslag, mogelijkheid tot opname in het pensioenfonds, en ‘altijd vast werk’. Voor ‘chauffeurs voor zwaar werk’ werd zelfs een ‘hoog loon met premies’ aangeboden, en een vergoedingsregeling bedrijfskleding. 

Als je interesse had in de functie kon je schriftelijk solliciteren, maar je kon ook gewoon even langskomen bij de bedrijfsleiding; en zelfs na kantoortijd kon je nog bellen! In 1961 gaf men de voorkeur aan persoonlijk aanmelden. Later had men toch het liefst dat je van tevoren even een afspraak maakte.

De AGA fabriek vanuit de lucht. De gascilinders werden zowel per boot als per vrachtwagen vervoerd. Het omgaan met de cilinders was zwaar werk; daar werd je in advertenties dan ook goed op gewezen.

Jubileum en sluiting

Het dagblad Trouw besteedde in mei 1967 aandacht aan het 50-jarig jubileum van AGA in Nederland. De vestiging in Duivendrecht bestond toen 49 jaar. Een jaar later konden we ook hier het jubileum vieren, al was dat wel ongeveer het laatste wapenfeit… in 1969 is de AGA vestiging in Duivendrecht gesloten en is het bedrijf naar Amsterdam Noord verhuisd. 

De AGA gebouwen zijn na januari 1977 gesloopt.

Krantenartikel uit dagblad Trouw van 20 mei 1967.

Een laatste herinnering

In Duivendrecht herinneren twee forse ijzeren palen aan de Rijksstraatweg nog aan het AGA verleden in Duivendrecht. De palen zijn immers afgekeurde gascylinders. Ze fungeerden als ophangpalen voor het smeedijzeren toegangshek van Goes Kolen. Dit was een overslag van kolen, die werd aangevoerd via de naastgelegen goederenspoorlijn, nu de busbaan. Dit hek, met opschrift, werd zeer bekend in het dorp; het was een opvallend hek op een markante plaats. Het opschrift luidde: ‘Alleen de zon is beter’. Twee van de vijf palen waren zo stevig verankerd in de grond dat men ze bij de herontwikkeling van het terrein moest laten staan. 

Vorig jaar is er in de rubriek ‘Duivendrecht, dorp toen en nu – De kooltjes van Goes’ ook aandacht besteed aan de palen van Goes. Klik hier om het artikel te lezen.

De palen aan de Rijksstraatweg ter hoogte van de Kruidenommegang. 
Het hek van Goes Kolen, met opschrift, en de palen van afgekeurde AGA-gascylinders. Te zien is dat er oorspronkelijk vijf palen hebben gestaan.

Mocht u nog aanvullingen, of herinneringen hebben aan de AGA fabriek dan wordt u van harte uitgenodigd om hieronder uw reactie te plaatsen, of contact op te nemen met de Stichting Oud-Duivendrecht: archief@stichting-oud-duivendrecht.nl.

Bas Smeulders

Bronnen: 

Wikipedia (informatie over AGA, Gustaf Dalén, acetyleen, carbid)
Delpher (krantenknipsels)
AGA museum, Emmen (foto’s vrachtwagens, vulhal Alblasserdam), klik hier voor de website
Stadsarchief Amsterdam (foto’s AGA fabriek Duivendrecht, luchtfoto en foto opschrift hek Goes Kolen)

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *