Natuur in februari in en rondom Duivendrecht

Heggenmus
Deze maand zingen alweer veel vogels. De heggenmus, winterkoning en roodborst zingen al sinds december af en toe, maar nu zingen ze in alle hevigheid de hele dag door. Ook de merel en zanglijster laten horen dat ze er zijn.

Roodborst

Vink (vrouw)
Ik zat regelmatig in een klein gebiedje in Duivendrecht om roodborsten en vinken te fotograferen en hoorde een merel zijn lied heel zachtjes fluiten. Het was meer neuriën dan fluiten. Dit doen ze voornamelijk in de herfst en winter, je moet dan heel dichtbij zitten want het draagt maar een paar meter ver. Ik dacht eerst dat hij zo aan het oefenen was voordat hij voluit zou gaan, maar uit onderzoek blijkt dat het met dezelfde intentie wordt gedaan zoals mensen ook in zichzelf neuriën of mompelen. Het wordt ‘subzang’ genoemd.

Merel (man)
De merel gaat met zijn lied te werk als een echte componist. Hij probeert combinaties van allerlei korte strofen en verfraait deze met improvisaties en imitaties. De imitaties zijn zowel van andere merels, maar ook van andere vogels in de omgeving. Hij voegt wat toe en laat weer stukjes weg en zo ontstaat een heel eigen repertoire. Het ontwikkelt zich tijdens het broedseizoen. De melodieën in juni zijn veel complexer dan in maart. Ze blijven altijd variëren, maar toch met een eigen sound waaraan ze vaak individueel te herkennen zijn.

Winterkoning
Vanaf de busbaan zag ik wintertalingen baltsen op de Landjes. Er waren 10 mannetjes en 5 vrouwtjes.

Wintertaling (met kleurige koppen zijn mannen het vrouwtje is bruin)
De mannetjes draaiden om elkaar heen en af en toe kwamen ze met hun borst omhoog uit het water, een kriek, kriek, geluid makend, lieten zich weer zakken en draaiden met gestrekte nek hun kop in de rondte. Ook zetten ze een soort kuif overeind waardoor ze op hun achterhoofd een scherpe vorm krijgen.

Wintertaling (mannen)
Op de Landjes zag ik regelmatig een grote zilverreiger en af en toe ooievaars.
En op 25 februari voor het eerst weer de twee scholeksters die elk jaar daar te zien zijn.
Twee dagen later, twee kieviten langs de sloot. Hopelijk komen ze dit jaar wél tot broeden.

Krakeend man in een sloot van de Landjes
Op het Landje van Geijsel zijn inmiddels de grutto’s gearriveerd. Op 19 januari is er water het gebied ingelaten vanwege de droogte want grutto’s hebben een plasdras weiland nodig. Eén dag later werd ’s morgens om 9 uur de eerste grutto waargenomen.

Vlucht grutto’s boven het Landje van Geijsel

Grutto’s waarvan een al aardig op kleur is, de anderen, meer grijze, moeten nog ruien.

Wanneer er een roofvogel over komt gaan scholeksters samen met grutto’s de lucht in.
En elke dag komen er meer grutto’s, naast tientallen wulpen, kolganzen, scholeksters, kieviten, smienten, slobeenden, wintertalingen en zelfs regelmatig pijlstaarten. Inmiddels zijn er al méér dan duizend grutto’s aanwezig en het is een feest om ze te horen.

Wulpen, een stuk groter dan grutto’s en met een lange naar beneden gebogen snavel.

Kolganzen, te onderscheiden van de grauwe gans door een gestreepte buik en een wit bandje aan de navelbasis.
Regelmatig zal de Kijkschuur open zijn waar op de eerste verdieping een telescoop staat om ze beter te kunnen zien. Ook zijn er in de Kijkschuur heel veel vogelafbeelding te zien zodat je de vogels op naam kan brengen.

Smienten boven het Landje van Geijsel.
Naast de smienten op het Landje van Geijsel zijn er ook duizenden smienten aanwezig op de Ouderkerkerplas.

Regelmatig zal de Kijkschuur open zijn waar op de eerste verdieping een telescoop staat om ze beter te kunnen zien. Ook zijn er in de Kijkschuur heel veel vogelafbeelding te zien zodat je de vogels op naam kan brengen.
Ook hangen er in de Kijkschuur grote vogelfoto’s die door de SOD zijn uitgeleend naast een aantal die zijn geschonken aan de Vogelwerkgroep Ouder-Amstel als verfraaiing van de Kijkschuur.

De komende maand zullen veel zangvogels van hun overwinteringsgebieden terugkomen zoals de tjiftjaf en de fitis.
Waardoor er nog meer te genieten valt van vogelzang.
Wiebe Maliepaard
