Eerder deze maand werd er in het Weekblad ruim aandacht besteed aan het Wintercircus in Haarlem. De ruim twee uur van spektakel, humor en magie wordt verzorgd door acrobaten, clowns en een illusionist. Ook een troep honden verzorgt een act. Wilde dieren kom je tegenwoordig niet meer tegen in het circus, om begrijpelijke redenen.
Kapitein Schneider
In het verleden waren nummers met wilde dieren vaste prik bij het circus, met bijvoorbeeld leeuwen, tijgers, olifanten en apen. Zo ook bij het circus van Sarrasani. Dit beroemde rondreizende circus, in 1902 opgericht in Duitsland, deed ook regelmatig Nederland aan en trok veel bekijks met zijn kilometerslange circuskaravaan. Het leeuwennummer werd lang verzorgd door ‘Kapitän’ Alfred Schneider.

In 1937 had Kapitän Schneider zich afgesplitst van het circus en was op weg naar Engeland om daar op tournee te gaan. Van die plannen is echter niets gekomen en het gezelschap bleef waar het toen was, in Duivendrecht, en besloot er te overwinteren.
Een luid gebrul
En zo kon het gebeuren dat de Kapitein in december 1937 met negenentwintig leeuwen op een terreintje aan de Molenkade neerstreek, met ook een paar berenfamilies en wat apen. Sommige kranten hadden het zelfs over zestig leeuwen! De kranten beschreven uitgebreid over hoe het dorp daarover dacht… “In den regel brengt de komst van een circus in een dorp ontspanning en vrolijke afwisseling, maar deze leeuwen-, beren- en apen-invasie in Duivendrecht heeft heel wat gemoederen in beroering gebracht”, en: “Het luide gebrul der groote katten sloeg den omwonenden de schrik om het hart”. Maar, zo werd gezegd, vond men het ook maar niks dat de Kapitein “in ’t geheel geen voorstellingen gaf”.
Vier paarden per dag
De kranten wisten ook te melden dat de dieren elke dag vier paarden verorberden. Ook dat werd kleurrijk beschreven: “Toen de dieren hier voor het eerst uit de wagens kwamen en in loophekken onder groot misbaar hun paardebief aten sloeg den omwonenden de schrik om het hart. Het gestoei om de beste kluiven ging met een oorverdoovend strijdgehuil gepaard, de vreeselijke bekken gingen dreigend open, zij brulden en bliezen zoodat het leek of er in het stille Duivendrecht een storm opstak”.
Openbare orde
De vraag rijst natuurlijk of een en ander zomaar kon worden toegestaan. Het scheen echter duidelijk te zijn: “Er bestaan geen gemeentelijke verordeningen, die het houden van leeuwen verbieden en op ’t gedrag van de leeuwen viel, uit een oogpunt van openbare orde, geen aanmerking te maken.” Uiteindelijk bleek echter dat Kapitän Schneider en zijn personeel niet in het bezit waren van een verblijfsvergunning. Zo zijn ze in januari 1938 toch richting Duitsland vertrokken, “tot groote voldoening van de Duivendrechtenaren”.
De Kapitein, die erom bekend stond zich vaak in de kooien te begeven (“zich een weg banend door de woelige leeuwenmassa alsof het lammeren zijn”) is in 1941 in Berlijn door een van zijn leeuwen aangevallen en enkele dagen daarna overleden.
Bas Smeulders, archivaris Stichting Oud-Duivendrecht
Dit artikel verscheen deze week ook in het Weekblad voor Ouder-Amstel, in de rubriek ‘Duivendrecht, dorp toen en nu’. In deze rubriek geeft Stichting Oud-Duivendrecht een historische achtergrond van actuele thema’s. Dit kan nuttig zijn, maar het is ook gewoon leuk om te weten hoe iets vroeger was. Het dorp krijgt er een extra dimensie door…
